De bedrijfsopvolgingsregeling en letteraandelen, is een eigen dividendpolitiek nog mogelijk?

Per 1 januari 2026 verandert de wettelijke definitie van preferente aandelen. Hierdoor kunnen bepaalde soortaandelen – zoals letteraandelen met een eigen dividendbeleid of aandelen die een vergoeding op de agioreserve ontvangen, als preferent worden aangemerkt. Wanneer dat het geval is, kan voor deze aandelen niet langer de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) worden toegepast. Daarnaast introduceert de wetgever vanaf 2026 een nieuw begrip: hybride aandelen.

De vraag is of na de wijzigingen nog een eigen dividendbeleid gevoerd kan worden zonder dat de BOR vervalt?

Wat verandert er per 1 januari 2026
De BOR geldt in beginsel als minimaal 5% van de aandelen in een onderneming wordt gehouden en deze aandelen (en onderneming) minimaal 5 jaar in bezit zijn. Preferente aandelen zijn uitgesloten, tenzij deze preferente aandelen zijn ontstaan uit de omzetting van maximaal 5% van de gewone aandelen in het kader van een bedrijfsoverdracht (met enkele aanvullende uitzonderingen).

Vanaf 2026 wordt in de wet vastgelegd wanneer aandelen als preferent worden aangemerkt. Aandelen zijn voortaan preferent wanneer zij voorrang hebben op de winstverdeling of op de liquidatieopbrengst. Er is sprake van voorrang wanneer een aandeel, op basis van de statuten én de feitelijke situatie, recht geeft op een groter aandeel in de winst dan op basis van het nominaal kapitaal verwacht mag worden.

Nieuw is ook het begrip hybride aandelen: dit zijn aandelen die eigenschappen combineren van gewone en preferente aandelen. Het gedeelte van het aandeel dat voorrang heeft, bijvoorbeeld door een vaste rentevergoeding over een reserve bij winstuitkering, wordt beschouwd als het preferente deel. Het overige deel, dat zonder voorrang meedeelt in de winst, geldt als het niet-preferente deel.

Invloed van de wijzigingen
Letteraandelen worden in de praktijk vaak gebruikt om verschillende aandeelhouders een eigen dividendpolitiek te geven. Meestal delen alle letteraandelen gelijk in winst en liquidatieopbrengst, maar wordt er een vast percentage vergoed over een agio- of winstreserve.

Zolang de reserves van de verschillende letteraandelen gelijk zijn, is er geen sprake van voorrang. Maar wanneer de reserves uiteenlopen, ontstaat er automatisch voorrang op de winstverdeling en daarmee een preferent (of hybride) deel. Hieronder hebben wij een vereenvoudigd voorbeeld opgenomen.

Situatie 1: reserves zijn gelijk

De BV heeft twee soorten aandelen, letteraandeel A en B.  Beide hebben een nominaal geplaatst kapitaal van 100 en een winstreserve van 400. Bij de winstverdeling wordt eerst 4% over de winstreserve vergoedt, de restwinst wordt verdeeld op basis van nominaal aandelenkapitaal.

De aandelen A en B zijn gelijk dus geen van beide heeft voorrang op de ander. Beide letteraandelen zijn geen preferente aandelen.

Situatie 2: Dividenduitkering door A

De aandeelhouders van de letteraandelen A besluiten tot dividenduitkering en keren de gehele winstreserve uit. Hierdoor ontstaat er een voorrangpositie voor de aandelen B, zij krijgen bij winstverdeling eerst 4% over de winstreserve van 400 vergoedt en de aandelen A niet. Met als gevolg dat de aandelen B deels preferent worden, namelijk voor het deel dat ziet op de winstreserves.

Conclusie: De aandelen B zijn door de dividenduitkering door A deels preferent, hybride, geworden, zij krijgen immers eerst 4% over de winstreserve vergoedt en hebben daarmee een voorrangspositie.

Om te voorkomen dat een aandeelhouder ongemerkt (deels) preferente aandelen verkrijgt die niet langer in aanmerking komen voor de bedrijfsopvolgingsregeling, is het belangrijk dat aandeelhouders bijvoorbeeld onderling afstemmen wanneer en hoeveel dividend wordt uitgekeerd of een vergoeding over de winstreserves geheel achterwege wordt gelaten. Op die manier blijft de hoogte van de reserves per letteraandeel gelijk en ontstaat er geen voorrangspositie voor één van de aandelen.

In hoeverre is er dan nog sprake van een eigen dividendpolitiek?

Wanneer actie ondernemen?
In de situatie dat een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling wordt gedaan vanaf 2026 is het goed om tijdig te beoordelen of de (letter)aandelen kwalificeren voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling.

Let op bij schenking is het mogelijk om de structuur tijdig in orde te maken en dit te plannen. Bij overlijden niet. Kijk daarom goed naar de structuur en/of hier mogelijk aanpassing nodig is.

Onze adviseurs kijken graag met u mee, neem daarvoor contact op met één van onze collega’s.

Middel 1 Terug naar insights